Home
Vereniging
Praktijk
Certificaat
Wetgeving
Actueel
Contact

 

 

 

 

 

 

 

Webdesign by
Frank en Frij 2005

info@frankenfrij.nl

 

   
Wetgeving

Op deze site leest u echter ook de inspanningen die deze VBBM boeren moeten leveren om duurzaam te kunnen werken. Dat klinkt misschien vreemd, maar het is de praktijk. Wetgeving staat duurzaam werken op tal van onderdelen gewoon in de weg! Voorbeeld. Boeren moeten sinds een jaar of tien hun drijfmest ondergronds aanwenden. Doel van deze wetgeving was en is: reductie van ammoniak emissie.(=terugdringen van de ammoniak uitstoot)Op zich een goed doel waar de VBBM volledig achter staat. MAAR...het ondergronds aanwenden van mest blijkt in de praktijk bodemschade te geven en daarnaast blijkt dat de reductie van ammoniak vies tegenvalt met deze technische oplossing. VBBM boeren kiezen een ander spoor. Door hun vee anders te voeren met minder eiwit en meer structuur plus een natuurlijk toevoegmiddel toe te passen, ontstaat een drijfmest die aanzienlijk minder ammonium bevat en dus ook minder emissie geeft. VBBM boeren willen deze drijfmest bovengronds uitrijden: daar waar mest hoort! Dit komt het bodemleven ten goede en dat is een juiste basis voor gezonde gewassen en voedsel.

De VBBM -leden verrichten gezamenlijk onderzoek en verzamelen zo kennis rondom het natuurlijke kringloopsysteem en de daarbij behorende levende bodem. Om landbouwgrond duurzaam te gebruiken moet er een natuurlijke kringloop zijn, waar het bodemleven gras laat groeien, de koe dit gras graag eet en de mest van de koe gebruikt kan worden om de bodem te voeden en te verrijken zodat daar veel verschillende planten op kunnen groeien en veel beestjes etc. (bodemleven) in kunnen leven. Door deze natuurlijke kringloop in acht te nemen wordt de verspilling van mineralen sterk (mogelijk zelfs tot nul) teruggebracht en worden continu het bodemleven en de bodemstructuur verbeterd. Dit heeft zijn weerslag in de gesteldheid van de koe en de kwaliteit van mest en bodemleven. Als deze kringloop werkt gaat ook de kwaliteit van de melk met sprongen vooruit. Het zijn elkaar versterkende effecten die het gehele bedrijfssysteem minder kwetsbaar maken en zorgen dat de boer en zijn gezin in principe een goed inkomen kunnen hebben.

BODEM - PLANT - DIER = Natuurlijk Kringloop Systeem

Naar de stellige overtuiging van de leden van de VBBM moeten we terug naar een levende bodem. Dit kan bereikt worden door met een juiste voeding onze landbouwhuisdieren mest en urine te laten produceren die als drijfmest gaat rijpen in de opslag. Deze hoogwaardige drijfmest heeft zijn meest doelmatige werking als deze breedwerpig wordt aangewend. Een techniek die ook om andere redenen toepassing zou moeten kunnen vinden. Maar dat is door de overheid verboden. De wetgever stelt namelijk dat drijfmest toepassing op grasland in de bodem geïnjecteerd moet worden (of sleepvoet aanwending), om zo de emissie van ammoniak terug te dringen. Omdat deze wijze van mest aanwenden schade toebrengt aan de bodem en het bodemleven willen vele VBBM-boeren daar niet van horen. Zij zorgen ervoor dat via de voeding en door toepassing van het Natural Circle System goede mest wordt geproduceerd, die leidt tot een aanmerkelijke reductie van de ammoniak uitstoot. De VBBM streeft namens haar leden onder meer naar erkenning van dit systeem. Daartoe kan juridische inspanning helaas niet altijd uit de weg worden gegaan.

Het ondergronds aanwenden van drijfmest heeft zeer schadelijke gevolgen voor de bodem, voorbeelden hiervan zijn: onregelmatige groei van gras; vaker moeten herinzaaien; funest voor het bodemleven omdat er zuurstofarme, rottende mest in de bodem wordt gebracht. Mest hoort op de bodem, niet eronder! Daarbij is bekend dat deze schadelijke manier van drijfmestaanwenden niet de beoogde ammoniakreductie heeft gebracht!!!! Het is de hoogste tijd dat de overheid het beleid aanpast en in het belang van BODEM, PLANT EN DIER het bovengronds aanwenden van mest door boeren die volgens het Natural Circle Systeem werken weer legaal mogelijk maakt. De VBBM strijdt voor deze zaak.
Een zaak van leven of dood! (De bodem wel te verstaan) 

De VBBM strijdt tegen het ondergronds injecteren van mest. Onderzoek wijst uit dat dit ten koste gaat van de bodem.
(Zie foto hiernaast -)
Door een eiwitarmer en juist structuurrijker rantsoen, ontstaat op de VBBM bedrijven een kwalitatief goede mest: zonder schade voor het milieu kan deze mest bovengronds worden aangwend. Dat is helaas (nog) verboden.

Mestbeleid vanaf 1 januari 2006

Boeren in Nederland krijgen vanaf 2006 te maken met nieuwe mestregels. Er gelden dan zogenoemde gebruiksnormen. Deze stellen een maximum aan de hoeveelheid meststoffen die een agrariër mag gebruiken. Er zijn drie soorten gebruiksnormen:

voor de hoeveelheid dierlijke mest

voor de totale stikstofbemesting

voor de totale fosfaatbemesting.

De gebruiksnorm dierlijke mest wordt uitgedrukt in kilogrammen stikstof per hectare. De maximale norm is 170 of 250 kg stikstof. Het eerste getal komt uit de Europese Nitraatrichtlijn, het tweede is een 'derogatie' (afwijking) daarvan. Die derogatie geldt voor bedrijven met vooral grasland.

De stikstofgebruiksnorm, voor de totale stikstofbemesting, heeft betrekking op de stikstof uit kunstmest en op de werkzame stikstof uit dierlijke mest en overige meststoffen. De norm verschilt per gewas.


De fosfaatgebruiksnorm gaat over de totale bemesting met fosfaat uit kunstmest, dierlijke mest en overige meststoffen. Deze norm is alleen verschillend voor grasland en voor bouwland.

De stikstof- en fosfaatgebruiksnormen worden in de loop van de jaren aangescherpt.

Met dit stelsel van gebruiksnormen verlaat Nederland het huidige stelsel van verliesnormen. Dit betekent dat bedrijven niet meer worden afgerekend op de hoeveelheid stikstof die in het milieu verdwijnt (output), maar op de hoeveelheid stikstof die zij gebruiken voor de groei van de gewassen (input). Nadeel is dat bedrijven in hun bedrijfsvoering minder maatwerk kunnen leveren om te voldoen aan de milieudoelen.